Er zit geen 'midden' tussen werken en bezitten

Inhoudsopgave
Waarom zien veel mensen die in tech werken zichzelf niet als werkers?
Als lid van Techwerkers heb ik een vrij duidelijk beeld van wat voor wereld ik en mijn collega’s graag zouden willen creëren, en welke richting we op willen gaan om zo’n betere wereld op te bouwen. Maar om ervoor te zorgen dat we op één lijn zitten en niet doelloos ronddwalen zonder onze doelen uit het oog te verliezen, hebben we samen besloten om onze visie en missie daadwerkelijk op te schrijven. Ik kan dit echt aanraden. Tijdens het proces van het expliciet formuleren van je visie en het brainstormen over strategieën, ontdek je veel patronen.
Tijdens één van de brainstormsessies viel een virtueel post-it-briefje me op. Er stond op dat een obstakel voor heel veel van onze doelen en ambities is dat techwerkers zichzelf vaak niet echt als werkers zien.
Klinkt vreemd, hè? Natuurlijk zijn we werkers, het zit in de naam! We gaan de meeste dagen van de week naar ons werk en wat we daar doen is werk. Dus wat zouden we anders kunnen zijn? Maar tegelijkertijd zie ik collega’s en mensen online actief juichen voor de schatrijke tech-oligarchen, in de hoop dat ze elk moment miljardair zullen worden. Ik zie ze vrolijk technologie omarmen die er expliciet op gericht is ons overbodig te maken door middel van automatisering.
Ik zal uitleggen wat ik daarmee bedoel. We moeten het eens hebben over het verschil tussen werken enerzijds en onze gedeelde positie als arbeidersklasse anderzijds. En laten we eens stilstaan bij de mythe van de ‘middenklasse’.
Eén startup verwijderd van miljonair #
Veel mensen in de techsector zijn behoorlijk bevoorrecht in vergelijking met andere werkers. We worden over het algemeen goed betaald en hebben een goede baanzekerheid. We hebben toffe banen en vaardigheden; we zijn de ’tovenaars’ die weten hoe je telefoon al die vette dingen kan doen. We zijn de motor van de industrie die het moderne leven heeft getransformeerd en talloze gigantische bedrijven, miljardairs en één triljonair heeft voortgebracht.
In zo’n omgeving is het geen wonder dat velen van ons blijven streven naar meer. We zijn slechts één geweldig idee, één succesvolle startup verwijderd van miljonair worden, toch? We hebben duidelijk meer gemeen met de tech-oligarchen dan met de schoonmakers van de toiletten, nietwaar? Het feit dat we geen meerdere villa’s, luxe jachten bezitten en geen macht hebben over de wereldpolitiek en -economie is niet meer dan een tijdelijk ongemak!
Maar uiteindelijk is de kans dat we dakloos worden onvoorstelbaar veel groter dan de kans dat we eindigen als één van de winnaars van het kapitalistische spel. Er is letterlijk een tekort van 396.000 woningen in Nederland, terwijl er slechts 14 miljardairs wonen. Als techwerkers zijn we net zo kwetsbaar als al onze buren voor marktveranderingen waar we (individueel) geen invloed op hebben. Hoeveel van ons verdienen wel niet een fatsoenlijk salaris, maar voelen zich toch onverklaarbaar vastzitten in de economie – hebben door de woningcrisis niet eens een eigen huis, maken zich constant zorgen over het levensonderhoud van hun gezin wanneer de volgende ontslagronde komt en hun banen worden geautomatiseerd, voelen zich voortdurend uitgeput en opgebrand, hoe aantrekkelijk hun baan er ook uitziet?
Het werk dat je levert #
Waarom deze rare kronkel hardnekkig blijft bestaan – ondanks dat ze zo raar is – is waarschijnlijk dat we allemaal geloven in het bestaan van ‘de middenklasse’. Er bestaat geen duidelijke, breed-gedeelde definitie van die term. Er is ook geen materieel onderscheid tussen deze klasse en de anderen – alleen een vaag gevoel dat iemand niet arm is, maar ook niet rijk. Net als wij! Het Sociaal en Cultureel Planbureau beweert zelfs dat Nederland maar liefst zeven verschillende sociale klassen kent, met bizarre namen en als verzameling niet volledig en ook niet zonder uitzonderingen.
Maar als je dieper gaat graven en probeert te begrijpen waar die middenklasse eigenlijk begint en eindigt, besef je al snel dat het hele idee slechts een illusie is. Uiteindelijk komt de economische situatie van mensen neer op slechts twee dingen: de arbeid die zij leveren en de dingen die zij bezitten.
Natuurlijk geldt dat onderscheid niet altijd op individueel niveau. Er zijn mensen die in loondienst werken en in de weekenden ook een bedrijf runnen. Er zijn mensen die Marx de petite bourgeoisie zou noemen: eigenaren van kleine bedrijven die hun productiemiddelen bezitten, maar toch moeten werken om te overleven. Maar zelfs als we die nuances erkennen, is het punt dat onze werkelijke plaats in de economie niet wordt bepaald door een getal dat in een willekeurige inkomenscategorie past. Het wordt bepaald door of je wel of niet moet werken (of afhankelijk bent van staats- of gemeenschapssteun) om te overleven.
Als je plotseling wordt ontslagen, kunt je waarschijnlijk een paar maanden leven van je spaargeld en een uitkering, maar uiteindelijk zult je een andere baan moeten vinden om je rekeningen te betalen en je gezin te voeden. Als jouw gezondheid verslechtert en je je huidige werk niet meer kunt doen, wordt je mogelijk gedwongen over te stappen naar een geheel andere branche of word je afhankelijk van overheidsprogramma’s en hulp van je ondersteuningsnetwerk.
Maar als één van de grote aandeelhouders van het bedrijf waar je werkt om wat voor reden dan ook niet kan blijven doen wat hij of zij deed? Geen probleem. Die hebben er misschien voor gekozen om te werken, maar uiteindelijk is dat niet nodig. Zulke mensen bezitten waarschijnlijk een groot huis, een vakantiehuis en een heleboel huurwoningen die hen ‘passief’ meer inkomsten opleveren zonder een vinger uit te steken dan jouw harde werk ooit zou kunnen. Ze hebben waarschijnlijk een portefeuille met activa die ‘voor hen werken’ op de oneindig groeiende aandelenmarkt. Waarschijnlijk hebben zij een ‘gouden parachute’ gekregen, en blijven ze dividenden uit de aandelen van het bedrijf waarvoor jij werkt. Jullie zijn niet hetzelfde… Er is een aparte economie voor de mensen die de boel bezitten enerzijds, en anderzijds voor degenen die hun arbeid moeten verkopen om te overleven.
Solidariteit als beginpunt #
Ik snap het wel. Het voelt fantastisch om jezelf te zien als een toekomstig rijk persoon. Het voelt als een mislukking om dat nog niet bereikt te hebben. Om dichter bij de onderkant van de sociale ladder te staan dan bij de top, dat voelt beschamend. Te vluchten in dromen van een betere toekomst die om de hoek ligt, dat voelt veilig. Het voelt eng en vermoeiend om je uit te spreken tegen de machthebbers.
Maar uiteindelijk kan zo’n aanpak niet werken. Dat is overduidelijk! Gewone mensen hebben het moeilijk, onze economie schuift van de ene crisis naar de andere, de volgende generaties zijn er slechter aan toe dan de vorige – terwijl de aandelenmarkt floreert en de huizenprijzen blijven stijgen. Het systeem blijft precies werken zoals bedoeld: de rijken worden rijker en de armen armer.
Er zijn veel dingen die je eraan kunt doen, van simpelweg je stem laten horen tegen de ongelijkheid, tot je organiseren in vakbonden, de democratie op de werkvloer te bevorderen, een eerlijk aandeel in bedrijven te eisen en in de rijkdom die jouw arbeid creëert, tot het introduceren van volautomatisch luxe-communisme. Maar om iets van dat alles te verwezenlijken, moet je uitgaan van solidariteit. Solidariteit is niet alleen er voor elkaar zijn in de hoop dat anderen er ook voor jou zullen zijn wanneer je ze nodig hebt. Solidariteit is ook erkennen wie in hetzelfde schuitje zit als jij, en wie actief probeert het te laten zinken.
We komen niet ver in het veiligstellen van een waardig leven voor iedereen zonder de inherent antagonistische relatie tussen de bezittende klasse en de werkende klasse te omarmen; we moeten onder ogen zien dat sommige mensen direct profiteren van het lijden van anderen. We moeten het idee verwerpen dat wij, de techwerkers, ‘middenklasse’ zijn, comfortabel in het midden van de sociale ladder zitten – want uiteindelijk is die ladder zelf oneerlijk en kwalijk.
En hoewel de titel van dit artikel een goede slogan is tegen de mythe van de middenklasse, is er in werkelijkheid wel degelijk een alternatief voor de tweedeling tussen uitgebuit worden of zelf uitbuiten. Het is al mogelijk voor werkers om daadwerkelijk eigenaar te zijn van hun eigen bedrijf: er zijn talloze voorbeelden van succesvolle ondernemingen die dat doen. Neem bijvoorbeeld Mondragon uit Baskenland, de grootste werkerscoöperatie ter wereld. Maar het kan ook zo simpel zijn als werkers die aandelen (geen aandelenopties!) in hun bedrijf bezitten in een hoeveelheid die hen een betekenisvolle invloed geeft op de besluitvorming.
Het is één ding om een radertje in de machine te zijn, constant bang om slachtoffer te worden van de volgende ontslagronde om de winst van de aandeelhouders te financieren – het is iets heel anders om een waardevolle bijdrager te zijn aan een bedrijf, iemand met die inspraak heeft in moeilijke beslissingen zoals ontslagen, en die een deel van de taart krijgt die we samen bakken.
Het is aan jou om te beslissen welke van de twee je verkiest. Als je voor het laatste kiest – welkom aan boord! Laten we onze krachten bundelen en samen een rechtvaardigere wereld bouwen!